ZWO algemeen

Zeeland bezoekt Urdu gemeente Rotterdam

Persoonlijk verhaal

dinsdag 3 april 2018Op zondag 25 februari zijn zo’n twintig Zeeuwen op bezoek geweest bij een kerkdienst van de Pakistaanse gemeente in Rotterdam. De kerkdienst leek veel op een Nederlandse kerkdienst. Het zingen werd begeleid door piano en handtrommels. De hele dienst was in het Urdu (taal in Pakistan), maar de preek werd in het Nederlands samengevat. Na de kerkdienst was er een heerlijke maaltijd waarbij er kennis kon worden gemaakt met elkaar. Dat leverde mooie ontmoetingen op!

Een speciale kerkdienst op zondag 25 februari. Een twintigtal Zeeuwen toog naar Rotterdam om een kerkdienst van de Pakistaanse gemeente in Rotterdam bij te wonen. Het initiatief kwam van de classicale zwo-commissie en de uitnodiging was rondgestuurd naar alle 57 gemeentes in Zeeland die projecten in Pakistan steunen. De Pakistaanse gemeenschap houdt iedere zondag in Amsterdam, Almere, Rotterdam en maandelijks in Meppel een kerkdienst in het Urdu, de taal van Pakistan. Deze Pakistaanse kerk heeft zich in Nederland aangesloten bij de PKN en is verbonden met de kerken in Pakistan.

Er waren ongeveer 50 Pakistani aanwezig in de dienst die speciaal voor ons met ongeveer een uur was vervroegd. Waar wij in Nederland altijd precies op tijd beginnen, druppelden hier tot aan 17u af en toe mensen binnen. Het gaf een ontspannen sfeer. De opzet van de kerkdienst had overeenkomsten met de Nederlandse kerkdiensten maar heeft een aantal Anglicaanse/Lutherse kenmerken. Zang wordt begeleid door piano en handtrommels. Alles gebeurde in het Urdu, maar de preek werd voor ons samengevat in het Nederlands. Ds. Bertie Boersma uit Scharendijke vertelde kort waarom wij naar Rotterdam gekomen waren en op verzoek zongen we lied 969, ‘in Christus is noch west noch oost, één wordt de mensheid door zijn troost, de wereld door zijn Woord’.

Een mooi gebaar was dat twee baby’s, die die zondag voor het eerst in de kerk waren, welkom werden geheten in de kerk. Met Pasen zullen ze worden gedoopt, vertelde de dominee Erik. Na afloop kregen we een heerlijke maaltijd aangeboden en werd er gebeden voor een echtpaar dat 17 jaar getrouwd was. De maaltijd bood volop gelegenheid om nader met elkaar kennis te maken. Een bijzondere dag!

 

 

Jubilee campagne Pakistan

Beste vrienden,

Welke prioriteit hebben de kerk en de kerkelijke gemeente in uw leven? Voor Pakistaanse christenen is daar maar één antwoord op: hun hele leven draait erom. Dat is enerzijds logisch. Vanwege armoede kunnen zij deelname aan bijvoorbeeld een sportvereniging niet betalen. Familie opzoeken en naar de kerk gaan is hun enige ‘vertier’. Anderzijds is het ook broodnodig. Alleen in hun geloof en geloofsgemeenschap vinden zij de kracht die nodig is om te leven in het vijandige Pakistan.
Ik ben onder de indruk geraakt van de kracht van zo’n hechte geloofsgemeenschap. Dat die kracht het meest zichtbaar wordt in tijden van verdriet, zagen we vlak voor de kerst. Toen bij een aanslag op een kerk in Quetta negen christenen omkwamen, sloegen hun medegelovigen niet op de vlucht. ‘We zijn zo verdrietig, maar dit houdt ons niet van de kerk weg’, was hun belijdenis. Lees opnieuw mee over onze broeders en zusters in Pakistan.
Met hartelijke groet,
Mirjam
Juriste bij Jubilee Campaign

Amina* kreeg de doodstraf om een sms’je
02/01/2018

Dit artikel is het eerste deel in een serie van vier over het thema ‘Leven als christen in Pakistan’. Onze collega Mirjam was eind 2017 enkele weken in Pakistan en ontmoette veel christenen, die haar lieten zien hoe het is om als gelovige te leven in dit door moslimextremisten beheerste land.

‘Ik lijk gelukkig, maar van binnen huil ik.’ Het leven van de 16-jarige Zain uit Pakistan staat op zijn kop sinds zijn christelijke ouders vanwege godslastering de doodstraf kregen. Onze collega Mirjam ontmoette hem en zijn drie broertjes en zusjes toen ze eind 2017 in Pakistan was. Samen met een nieuwe advocaat probeert Mirjam schot in de zaak te brengen om de ouders in hoger beroep vrij te krijgen.
Ze kan er nog emotioneel om worden. Amina* zelf mocht ze niet ontmoeten, maar Mirjam zag wel de omstandigheden in de Multan Vrouwengevangenis, waar de christin nu al vier jaar verblijft. ‘Amina zit in dezelfde gevangenis als Asia Bibi. De verblijven zijn niet meer dan barakken. Voor haar eigen veiligheid zit Amina alleen in een cel, in plaats van met tien andere vrouwen. Ze voelt zich erg eenzaam, ook omdat ze maar één keer per week een uur bezoek mag krijgen.’
Psychisch heeft Amina het zwaar, weet Mirjam. In vier jaar tijd zijn haar haren door spanning en stress volledig grijs geworden. ‘Toen ik in Pakistan was, heeft ze voor het eerst sinds de veroordeling haar kinderen weer gezien. De kinderen vertelden me dat hun moeder wel een kwartier had gehuild.’ Vanwege de grote afstand tussen Lahore, waar de kinderen bij een tante wonen, en de gevangenis in Multan kunnen ze maar zelden bij hun moeder op bezoek.

Kwetsend sms’je
De ellende voor Amina en haar man Adnan begon in 2013. Het gezin had het al niet breed; vanwege een ongeluk was Adnan vanaf zijn middel verlamd en moest Amina de kost verdienen. Maar toen werden ze beschuldigd van godslastering. Het echtpaar, dat nauwelijks kan lezen en schrijven, zou een sms’je met de tekst ‘Mohammed is een hond’ hebben verstuurd. Een lokale rechtbank veroordeelde hen op 4 april 2014 tot de doodstraf door ophanging.
Adnan en Amina hebben al die tijd volgehouden dat ze onschuldig zijn. Toch gaan er geruchten dat Adnan zou hebben bekend. ‘Ze zeggen dat hij is gemarteld, op zijn kop is gehangen’, vertelt Mirjam. ‘Uiteindelijk zou hij hebben gezegd: ‘Ik heb het gedaan, niet mijn vrouw. Laat haar vrij.’ Het is duidelijk dat hij probeert de schuld op zich te nemen om zijn vrouw verder lijden te besparen.’

Zwak bewijs
Het echtpaar heeft hoger beroep aangetekend tegen hun veroordeling. Mirjam hoopt dat de rechters in de hogere rechtbank, die vaak hoger opgeleid en minder beïnvloedbaar zijn, zich bij de behandeling laten leiden door de feiten. ‘In theorie zouden ze moeten worden vrijgesproken’, zegt Mirjam. ‘Er zijn zoveel procedurele fouten gemaakt in deze zaak. Bovendien is de simkaart waarmee het sms’je is verstuurd nooit gevonden. Dat maakt het bewijs erg zwak.’
De praktijk in Pakistan is echter vaak anders, weet ook Mirjam. ‘Als we geluk hebben, wordt er binnen één of twee jaar uitspraak gedaan. De kans op vrijspraak is ongeveer dertig procent. Mocht de doodstraf worden bekrachtigd, dan moeten we naar de Hoge Raad, hun laatste hoop op vrijspraak. Die legt niet vaak de doodstraf op, maar laat rechtszaken wel tientallen jaren voortduren. Dat staat dus gelijk aan levenslang.’
De nieuwe advocaat waarmee Jubilee Campaign samenwerkt aan de zaak van Amina heeft onlangs een aanvraag voor vrijlating op borgtocht ingediend. De kans dat dit verzoek wordt ingewilligd, is klein, maar het kan wel de rechtszaak bespoedigen. De volgende stap zal een verzoek om overplaatsing zijn naar een gevangenis in Faisalabad, zodat Amina dichter bij haar kinderen is en vaker bezoek kan krijgen.

* Om veiligheidsredenen gebruiken we schuilnamen voor het Pakistaanse echtpaar.

Hoe een hechte kerkgemeenschap christenen helpt overleven
18/01/2018
Dit artikel is het tweede deel in een serie van vier over het thema ‘Leven als christen in Pakistan’. Onze collega Mirjam was eind 2017 enkele weken in Pakistan en ontmoette veel christenen, die haar lieten zien hoe het is om als gelovige te leven in dit door moslimextremisten beheerste land.

Als christen in Pakistan wonen, kan levensgevaarlijk zijn vanwege de gevreesde blasfemiewet, zo hebt u kunnen lezen in deel 1 van onze Pakistanserie. Maar ook in het gewone dagelijkse leven hebben christenen het niet gemakkelijk. Christen-zijn betekent vaak armoede, werkloosheid en gebrek aan medische zorg en onderwijs. Toch speelt het geloof en de kerkelijke gemeenschap, meer nog dan bij westerse christenen, een centrale rol in hun leven. Dit is de plek waar zij hulp en troost vinden.
De mate van religiositeit is in Pakistan sowieso hoog, zowel bij christenen als bij moslims. Op straat hoor je regelmatig de uitspraak ‘inshallah’ (als God het wil). Christenen gaan niet alleen op zondag naar de kerk, maar komen ook op doordeweekse avonden samen om te zingen en te bidden. Moslims bidden vijf keer per dag en bezoeken regelmatig de moskee. Even gezellig bij elkaar op de koffie? Grote kans dat het geloof één van de gespreksonderwerpen is.
Vooral buiten de grote stad fungeren kerk en moskee als belangrijke ontmoetingsplek. Uitgaan naar een café of bioscoop is er in kleine dorpen niet bij. Het enige vermaak dat ze hebben, is familie opzoeken en naar de kerk gaan, zag onze collega Mirjam in Pakistan. ‘Activiteiten als sport zijn voor hen te duur. Daardoor leven moslim- en christengemeenschappen redelijk gescheiden, al is er wel contact. Christelijke en islamitische buren kunnen een goede band hebben. Toch blijft het altijd oppassen met wat je tegen elkaar zegt. Discriminatie ligt steeds op de loer.’

Toneelstukjes
Het leven van een Pakistaanse christen speelt zich letterlijk af in en rondom de kerk. ‘Veel meer dan ik in Nederland gewend ben, vormen zij een hechte gemeenschap die samen optrekt en nauw betrokken is bij elkaars leven’, vertelt Mirjam. Tijdens haar verblijf waren de voorbereidingen voor het kerstfeest in volle gang. ‘Dat is een hoogtepunt voor de christelijke gemeenschap. Op Kerstavond komt iedereen bij elkaar, ze eten samen en kinderen voeren in zelfgemaakte kostuums toneelstukjes op die ze wekenlang hebben voorbereid.’
De hechtheid van de gemeenschap betekent echter niet automatisch dat een gemeentelid wordt geholpen als deze van blasfemie wordt beschuldigd – iets dat regelmatig voorkomt. ‘De mensen willen wel’, zegt Mirjam, ‘maar er heerst veel angst om zelf te worden vermoord, en vaak ontbreekt het gewoonweg aan geld en middelen.’ Dat beaamt Saleem, een christen uit Karachi. ‘We willen wel helpen, maar ik heb ook een gezin te onderhouden en te beschermen. Mijn vrouw is bang dat mij of ons gezin iets overkomt.’

Steunpilaar
De aangewezen persoon voor hulp in moeilijke situaties is de voorganger van de gemeente: hij is hoger opgeleid, spreekt vaak Engels én beschikt over geld. Hoewel hij niet de enige persoon is die hulp kan bieden, is hij meestal wel het eerste aanspreekpunt, en fungeert zo als steunpilaar van de kerkgemeenschap. Ook Mirjam merkte dit tijdens haar verblijf. ‘Steeds wanneer ik een familie bezocht, werd de voorganger erbij gehaald om te vertalen. Ook bij contact met overheidsinstanties, scholen en bedrijven wordt steevast de voorganger erbij gehaald, omdat christenen vaak analfabeet zijn.’
Voorgangers springen overigens wél regelmatig bij wanneer een christen wordt beschuldigd van godslastering. Mirjam sprak met een gearresteerde pastor die vanwege een blasfemiebeschuldiging gevangen zat. Bij het gesprek was een andere voorganger aanwezig, die nauw betrokken is bij de gevangen pastor en zijn gezin. Hij steunt hen financieel en zorgt ervoor dat de kinderen onderwijs krijgen – iets waarvoor de familie erg dankbaar is. Jubilee Campaign geeft het gezin ook geldelijke steun, dat via de voorganger in delen aan het gezin wordt verstrekt.
Kaf onder het koren
Het is goed om te zien dat voorgangers hun kerkgemeenschap zo goed bijstaan, benadrukt Mirjam. Toch plaatst ze er ook enkele voorzichtige kanttekeningen bij. ‘Sommige voorgangers staan door de vele hulpvragen onder grote druk en bezwijken bijna onder de last.’ Een ander nadeel is dat er óók bij kerkleiders kaf onder het koren te vinden is. Laaggeletterde, gebrekkig opgeleide christenen zijn een makkelijke prooi voor een kwaadwillende voorganger.
‘Wat me verder opviel, was dat er soms concurrentie bestaat tussen de pastors onderling’, vertelt Mirjam. ‘Ze gaan de strijd aan om de grootste kerk, de meeste kerkgangers, het meeste geld en de beste connecties.’ Dit is in Westerse kerken helaas niet anders, maar Mirjam denkt dat Pakistaanse kerken wat dit betreft kwetsbaarder zijn. ‘Juist vanwege de hechte structuur en de enorm belangrijke positie die de voorganger inneemt, kan een misstap van de leider de gemeente extra hard raken.’

Toewijding
Toch is haar vooral een positief beeld bijgebleven van de Pakistaanse christenen en hun kerken. ‘Het trof me hoe toegewijd ze zijn aan God, hun geloof en hun kerkelijke gemeenschap. Een paar dagen voor het kerstfeest kwamen nog acht christenen om bij een aanslag in de stad Quetta, terwijl ze bezig waren met de voorbereidingen van het kerstfeest. Eén van hen vertelde: ‘We zijn zo verdrietig, maar dit houdt ons niet van de kerk weg. Als we sterven, sterven we. We zijn het gewend, al die aanslagen op kerken en onze gemeenschap. We kunnen niets anders doen dan bidden.’
De droom van Sarah, Cinderella en Sungita
02/02/2018

Dit artikel is het derde deel in een serie van vier over het thema ‘Leven als christen in Pakistan’. Onze collega Mirjam was eind 2017 enkele weken in Pakistan en ontmoette veel christenen, die haar lieten zien hoe het is om als gelovige te leven in dit door moslimextremisten beheerste land.

Sharoon (17) zat nog maar drie dagen op zijn nieuwe school toen hij werd doodgeslagen. De christelijke jongen had uit hetzelfde glas water gedronken als zijn islamitische klasgenoten. Een paar welgemikte schoppen tegen zijn hoofd waren genoeg om Sharoon te straffen voor dit ‘vergrijp’. Zijn ouders hadden jarenlang gespaard om hem naar een goede school te sturen. Nu zijn ze niet alleen hun kind kwijt, maar ook hun hoop voor de toekomst.
Het tragische einde van Sharoon speelde zich vorig jaar af in Pakistan. Aanvankelijk behoorde de christelijke jongen tot de ‘lucky few’. Niet veel Pakistaanse christenen kunnen het zich veroorloven om hun kinderen naar school te sturen. De meesten zijn veroordeeld tot hetzelfde leven in armoede als hun ouders. Sharoons ouders hadden goed gezien dat de sleutel tot een beter leven in onderwijs ligt.

Kwetsbaar
‘Veel Pakistaanse christenen zitten vast in een vicieuze cirkel van armoede’, vertelt Mirjam, onze collega die eind vorig jaar een aantal weken in Pakistan was. ‘Dit maakt hen zeer kwetsbaar voor misbruik, discriminatie en vervolging. Na mijn bezoek ben ik er nog meer van overtuigd geraakt dat onderwijs één van de beste manieren is om deze christenen vooruit te helpen. Door onderwijs en een goede baan kunnen ze hun positie in de maatschappij verstevigen.’
Sharoon kan daar helaas niet meer van profiteren. Ongeveer dertien andere kinderen van christelijke ouders wel. Jubilee Campaign betaalt hun opleiding aan een katholieke school in Sahiwal, een stad in de provincie Punjab. De kinderen komen stuk voor stuk uit arme, ongeschoolde families die vaak als boer in kleine dorpjes wonen. ‘Deze mensen kunnen niet lezen en schrijven en hebben daardoor geen enkel perspectief op een baan’, vertelt Mirjam. ‘We willen de kinderen helpen om uit deze armoedecyclus te komen.’

Droom
Sarah (11), Cinderella (14) en Sungita (15) zijn drie van deze kinderen. Mirjam ontmoette hen in Pakistan. De droom van de drie meisjes is om advocaat te worden, net als hun grote heldin Asma Jahangir. Asma is een vrouwelijke Pakistaanse advocaat, die mensen bijstaat die worden beschuldigd van blasfemie. Ook is ze rapporteur voor godsdienstvrijheid bij de VN geweest. ‘Wij willen hetzelfde werk doen als Asma Jahangir, want we hebben in Pakistan meer mensen nodig zoals zij’, zeggen de meisjes.
Het onderwijs op de gewone overheidsscholen is bij lange na niet toereikend om dit doel te bereiken. Hier wordt alleen lesgegeven in het Urdu, de officiële taal van Pakistan. Wie hogerop wil komen, moet het Engels beheersen; een taal die alleen wordt onderwezen op de duurdere scholen, zoals het St. Mary’s Convent in Sahiwal. Na school gaan de kinderen naar de Academy, waar ze huiswerkbegeleiding krijgen. ‘Dit is heel belangrijk, omdat de ongeschoolde ouders hun kinderen daar niet bij kunnen helpen’, vertelt Mirjam.
Doordeweeks verblijven de meeste kinderen die Jubilee Campaign sponsort in een huis in Sahiwal. ‘We hebben dit huis gehuurd, omdat de kinderen anders dagelijks heel ver moeten reizen vanuit de dorpjes waar ze wonen’, vertelt Mirjam. ‘In het weekend gaan ze naar hun ouders toe.’ Het huis wordt beheerd door een christelijk echtpaar, dat zonder huis zat en het financieel erg moeilijk had. Zij zorgen nu voor de schoonmaak, het koken en het vervoer van de kinderen naar school. ‘Door deze baan en het feit dat hun dochtertje ook naar school kan, hebben ze weer hoop voor de toekomst.’

De tragedie van Pakistans gevangen bruiden
15/02/2018

Dit artikel is het laatste deel in een serie van vier over het thema ‘Leven als christen in Pakistan’. Onze collega Mirjam was eind 2017 enkele weken in Pakistan en ontmoette veel christenen, die haar lieten zien hoe het is om als gelovige te leven in dit door moslimextremisten beheerste land.

De 15-jarige Mehreen Rafiq is alleen thuis, als er ineens mensen haar huis binnendringen. Ze herkent Miran Bibi, een collega van haar moeder, en haar zoon Shahbaz. Het angstige meisje wordt meegenomen naar hun huis, waar ze haar dwingen om moslim te worden. Shahbaz blijkt bovendien zijn zinnen op de tiener te hebben gezet en dwingt haar met hem te trouwen. Tegen de tijd dat Mehreens moeder aangifte doet van ontvoering, is het al te laat. Mehreen is ondergebracht bij verwanten van haar ‘schoonfamilie’ en is onbereikbaar voor de politie.
Ook de daaropvolgende rechtszaak verloopt niet zuiver. Het dossier vermeldt onterecht dat Mehreen achttien jaar is en dus volwassen voor de wet. Daarom heeft ze geen toestemming van haar ouders meer nodig om zich te bekeren of te trouwen. Dat laatste mogen meisjes namelijk al vanaf zestien jaar.
De rechter gelooft niet dat Mehreen onder druk stond toen ze verklaarde dat ze zich vrijwillig heeft bekeerd en is getrouwd, en beslist dat het meisje bij haar schoonfamilie blijft. Haar moeder staat met lege handen, Mehreen zit vast in een ongewild huwelijk.

Verkracht en bedreigd
In Pakistan zitten veel meisjes en vrouwen in een situatie zoals die van Mehreen. Gedwongen bekeringen en gedwongen huwelijken zijn er een groot probleem. De slachtoffers zijn meestal arm en behoren tot religieuze minderheden, zoals christenen en hindoes. Net zoals Mehreen getuigen deze vrouwen vaak onder dwang dat hun bekering en huwelijk vrijwillig waren.
Maar daar klopt niks van, zegt dr. Ramesh Vankwani in de Pakistaanse krant Dawn. Vankwani is de leider van de Pakistan Hindu Council, het overkoepelende politieke orgaan van hindoes. ‘Deze mannen, die vaak al getrouwd zijn, ontvoeren de meisjes, houden hen vijftien dagen gevangen, verkrachten hen en met bedreigingen en intimidatie dwingen ze de meisjes te zeggen dat ze vrijwillig zijn bekeerd’, schetst hij.
Het zijn echter niet alleen ontvoeringen waardoor meisjes en vrouwen terechtkomen in deze situaties. Soms gaan ze vrijwillig in op huwelijksaanzoeken. Mannen verleiden hen door te zeggen dat ze met een huwelijk een beter leven krijgen; een leven met een huis, medicijnen en bruidsschatten voor hun dochters.

Maar zelfs dan kun je niet spreken van een gelijkwaardig huwelijk, zegt een mensenrechtenactivist in het Dawn-artikel: ‘Ook als er geen dwang bij komt kijken, dan nog is het geen volledige toestemming. In het geval van minderjarigen zou het überhaupt niet als toestemming moeten worden beschouwd, maar als dwang.’

Veel zaken onbekend
Om hoeveel vrouwen en meisjes het gaat, is niet exact bekend. De cijfers hierover worden namelijk nergens bijgehouden. Uit lokale en landelijke kranten blijkt wel dat het nagenoeg altijd gaat om een bekering van het christendom of hindoeïsme naar de islam. Tevens bleek uit een Pakistaans onderzoek naar mediaberichten dat er 1791 bekeringen plaatsvonden tussen 2000 en 2012. Daarbij ging het in 624 gevallen om christenen.
Volgens de Pakistaanse mensenrechtenorganisatie Movement for Solidarity and Peace worden er elk jaar ongeveer duizend christelijke en hindoeïstische meisjes en vrouwen tussen de 12 en 25 jaar ontvoerd voor gedwongen huwelijken met een moslim. Maar waarschijnlijk ligt het werkelijke aantal hoger, omdat veel zaken onbekend blijven. Door hun armoede gaan mensen niet snel naar de politie; ze hebben gewoonweg geen geld voor juridische procedures.

Schande
Wanneer een meisje als Mehreen eenmaal is getrouwd, dan is het voor haar erg moeilijk om te vluchten en terug te keren naar huis. Niet alleen kan ze slachtoffer worden van wraakacties en beschuldigingen van afvalligheid van de islam. Ook haar eigen familie kan haar als een schande beschouwen.
‘Om bij haar echtgenoot te blijven, lijkt dan het minste van twee kwaden’, legt mensenrechtenadvocate Fatima Halepoto uit in de krant Dawn. ‘Maar wat deze tragedie nog groter maakt, is dat de vrouw en haar eventuele kinderen ook nooit volledig zullen worden geaccepteerd door de familie van de echtgenoot. Ik ken situaties waarin ze moesten wonen in een aparte kamer los van het huis.’
Tijdens hun huwelijk krijgen de vrouwen vaak te maken met psychologische en fysieke mishandeling. Sommige vrouwen belanden zelfs in de seksindustrie. Ze waren dan de derde of vierde vrouw van hun man en werden gebruikt voor betaalde seks. Als ze uiteindelijk toch scheiden, worden ze vaak niet meer geaccepteerd door hun familie, omdat die hun situatie als een schande beschouwt.

Partijdige overheid
Hoewel gedwongen bekeringen en huwelijken een groot en veelvoorkomend probleem zijn in Pakistan, hoeven Mehreen en haar lotgenoten niet te rekenen op veel hulp van de overheid en lokale autoriteiten. Ambtenaren en politie laten zich vaak leiden door religieuze of sociale vooroordelen en stellen zich daardoor partijdig op. Ze doen weinig aan deze misdaden en werken er in sommige situaties zelfs aan mee.
Dit overkwam bijvoorbeeld de 23-jarige Laveeza Bibi. Zij werd ontvoerd uit haar huis door twee gewapende mannen. Laveeza werd gedwongen om zich te bekeren tot de islam en te trouwen met één van haar ontvoerders. De politie was zeer terughoudend bij het opnemen van de aangifte van de familie en bij het onderzoek naar de zaak. De 14-jarige Mehwish overkwam hetzelfde; de politie deed geen onderzoek of een poging om het christelijke meisje te redden.
Het probleem staat wel op de agenda van de Pakistaanse overheid. Enkele jaren terug werd door de Pakistan Muslim League, de belangrijkste moslimpartij in Pakistan, een wetsvoorstel ingediend om kindhuwelijken te voorkomen. Er moesten hogere straffen komen voor hen die met minderjarigen trouwden en de huwelijksleeftijd moest worden verhoogd naar achttien jaar.
Het plan werd echter weer ingetrokken na verzet van de Council of Islamic Ideology, die het voorstel ‘anti-islamitisch’ en ‘blasfemisch’ noemde. Wel werd vorig jaar de gevangenisstraf voor gedwongen huwelijken verhoogd naar maximaal tien jaar of een boete van maximaal 1 miljoen roepies (ongeveer 7.290 euro).

Kindhuwelijken beëindigen
Vanuit particuliere hoek wordt wel hulp geboden aan de slachtoffers. Verschillende hulporganisaties geven juridische hulp en vangen slachtoffers op in zogenaamde ‘safehouses’, waar de ontvoerders niet naar binnen mogen.
Ook internationaal is er aandacht voor het probleem. In november vorig jaar spraken tijdens ‘The Universal Periodic Review’* verschillende VN-organisaties hun zorg uit over gedwongen huwelijken en de positie van vrouwen en religieuze minderheden in Pakistan.
Tevens is het land lid van de internationale organisatie SAIEVAC, die kindhuwelijken in Zuid-Azië wil beëindigen. Bovendien is Pakistan één van de eerste landen die met de VN-werkgroep ‘Sustainable Development Goals’ zich ten doel heeft gesteld om kindhuwelijken voor 2030 te beëindigen.

Gevangen
Het is niet bekend hoe het nu gaat met Mehreen. Het is goed mogelijk dat ze, zoals veel vrouwen, gevangen zit in een huwelijk dat ze niet wilde, een religie moet naleven waar ze niet voor koos en een schoonfamilie heeft die haar en haar eventuele kinderen buitensluit. Laten we hopen dat haar verdere fysieke en geestelijke mishandeling bespaard blijft en laten we bidden voor alle vrouwen die moeten leven zoals zij.
* Dit is een jaarlijkse officiële VN-gebeurtenis, waarbij de mensenrechtensituatie in alle lidstaten onder de loep wordt genomen.

65 jaar na watersnoodramp: Zeeland doet iets terug voor Pakistan

wo 31 jan. 2018
1953 werd in de Pakistaanse havenstad Karachi geld ingezameld voor de watersnoodramp in Zeeland. Ongeveer 65 jaar later doen Zeeuwse kerken iets terug. Meer dan 57 Zeeuwse kerken hopen in 2018 samen met Kerk in Actie geld op te halen voor hulp in Pakistan.

Help them, join the Holland Evening, prijkt in maart 1953 op een dia in bioscopen in Karachi. In de Pakistaanse havenstad wordt op dat moment geld ingezameld voor Zuidwest-Nederland. Daar zijn begin februari 1.835 doden gevallen door de watersnoodramp, 72.000 mensen worden geëvacueerd omdat hun huizen en dorpen niet meer bewoonbaar zijn. Van over de hele wereld krijgen dorpen in Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant steun. Pakistan is een van de landen die Nederland te hulp schieten.

Voeten wassen

Ongeveer 65 jaar later doen Zeeuwse kerken iets terug. Via Kerk in Actie komen veel protestantse kerken onder de naam ‘Zeeland voor Pakistan’ in actie voor projecten in Pakistan. Een inspirerend voorbeeld is de gemeente in Kleverskerke, een dorp van niet meer dan dertig huizen. De kerk daar collecteert niet alleen, maar pakte ook uit met de Kleverskerke-dag. Dankzij een rommelmarkt, lotenverkoop (tweeduizend loten verkocht!), kinderspelen, een schiettent, een kledingbeurs en een boekenbeurs bracht de dag 9.000 euro op.

De Protestantse Gemeente Zoutelande zet zich in voor dezelfde projecten. In 2017 bedacht de gemeente een diaconale actie met een missionaire uitstraling. Het kustmarathonweekend van Zeeland in oktober 2017 eindigde een paar meter naast de kerk. Tegen betaling konden hardlopers en wandelaars daar hun voeten laten wassen na de finish. De opbrengst van de actie ging naar Pakistan.

Handtekeningen

Plaatselijke gemeenten uiten hun verbondenheid ook op andere manieren. Dit deden gemeenten in de classis Walcheren bijvoorbeeld in 2016, toen een zelfmoordterrorist zichzelf op paaszondag had opgeblazen. De aanslag vond plaats op een drukke plaats waar veel vrouwen en kinderen samengekomen waren, meer dan zeventig mensen kwamen om bij de gewelddaad.

De gemeenschappelijke ZWO-commissie (zending, werelddiaconaat en ontwikkelingssamenwerking) van de classis Walcheren organiseerde in de week daarop een handtekeningenactie. Met de handtekeningen en een begeleidende brief wilden de kerken op Walcheren de christenen in Pakistan bemoedigen. Tijdens de Werelddag van Kerk in Actie konden ook mensen uit andere gemeenten de boodschap ondertekenen. Via Kerk in Actie kwamen de handtekeningen terecht bij de bisschop van de Kerk van Pakistan, een partner van de Protestantse Kerk in Nederland. Al jaren organiseren diverse kerken in Zeeland vieringen om uitdrukking te geven aan hun band met Pakistan. In Brouwershaven waren in een dienst in juni 2017 ook mensen aanwezig uit de Urdu-gemeenschap, de Pakistaanse kerk in Nederland. Hun eigen koor zong het Onze Vader in het Urdu, de officiële taal van Pakistan. “Bijzonder en indrukwekkend”, schreef een bezoeker daarover naar de classicale zendingscommissie, die de dienst samen met de Protestantse Gemeente Brouwershaven had georganiseerd. “In de oude Sint-Nicolaaskerk stijgen al eeuwenlang liederen en gebeden op.”

Ook die middag klonken liederen en gebeden. Dit keer samen met Pakistaanse broeders en zusters die in Nederland wonen. Ieder zong en bad in zijn of haar eigen taal en beleving. Het Pakistaanse koor zong prachtige liederen. In beide talen luisterden we naar de bijbellezing en gebeden. We baden gezamenlijk het Onze Vader en met de zegen in beide talen mochten wij verbonden in Gods Liefde zonder grenzen, onze eigen weg weer gaan.” Het gezamenlijk bidden, zingen en vieren was inspirerend en bemoedigend voor veel kerkgangers.

Leren van elkaar

Ook de hele classis Zierikzee is betrokken bij projecten in Pakistan. Door samen te werken binnen de classis, doen gemeenten ideeën van elkaar op en kunnen ze de krachten bundelen wanneer er iets georganiseerd moet worden.

Dominee Bertie Boersma, predikant in Scharendijke en voorzitter van de classicale ZWO-commissie, legt uit waarom de kerken in de classis het belangrijk vinden om een kerk in een land ver weg te steunen. “In de eerste brief aan de Korinthiërs schrijft Paulus over het lichaam van Christus. Daar zegt hij iets opvallends: ‘U bent het lichaam van Christus.’” Dat lichaam, dat zijn wij, wil ze daarmee zeggen. Niet alleen in Zeeland, maar over de hele wereld. “Door ons wil Jezus present zijn in deze wereld. Door ons wil Hij zijn handen tonen, zijn stem laten horen, zijn hart bekend maken.” Of het nu gaat om de kerk in Nederland of in Pakistan, “we horen bij elkaar als een lichaam met verschillende functies en organen. Als christenen elders worden vervolgd of kerken worden weggevaagd, dan gaat dat ook ons aan het hart.”

In het kader van verbondenheid met de wereldwijde kerk heeft de classis niet zomaar voor een land gekozen, maar heel bewust voor Pakistan. “Zeeland bestaat grotendeels uit plattelandsgemeenten”, legt Boersma die keuze uit. “Daardoor voelen we ons verbonden met Pakistaanse boeren.” De gemeenten steunen die boeren via een partnerorganisatie van Kerk in Actie. De classis heeft nog een andere reden om voor Pakistan te kiezen. “We geloven dat we van elkaar kunnen leren”, aldus de predikant. “In Pakistan vormen christenen al heel lang een minderheid. In Nederland moeten wij soms nog leren om als minderheid een weg te vinden in dit steeds meer seculiere land.”

Kerk in Actie ontwikkelde voor de actie Zeeland voor Pakistan een speciale krant en een boek over christenen in Pakistan, die is gratis te bestellen.

Het werk van de ZWO-commissieDe afkorting staat voor Zending, Werelddiaconaat en Ontwikkelingssamenwerking. De commissie werkt voor Kerk in Actie, een onderdeel van PKN. Ze brengt het werk van Kerk in Actie onder de aandacht van de gemeente.

Vanaf 1 januari 2016 steunen wij samen met de classis in Zierikzee 2 projecten in Pakistan.

Naast steun aan Pakistan doet de ZWO het volgende:
Sponsoring van een kind via Compassion. Haar naam is Augustina. Ze is geboren op 13 april 1999 in Ghana.

Spaar- of deeldoosjes:
Drie keer per jaar kunnen deze doosjes ingeleverd worden en de opbrengst gaat naar Kerk in Actie.
Inleveren op werelddiaconaatzondag voorjaar (5 februari 2017), aan het eind van de 40-dagentijd (Palmzondag, 9 april 2017) en op werelddiaconaatzondag najaar (15 oktober 2017).

Speculaaspoppen:
In oktober kunnen speculaaspoppen besteld worden en deze worden in november rondgebracht. Deze actie is samen met Commissie van Kerkrentmeester. Het doel wordt jaarlijks vastgesteld.

Bezetting van de Z.W.O.:
Voorzitter: Otto van Tuijl
Penningmeester: Inez van Loon
Secretaresse: Ingeborg Marijs

Email : zwo@ichthuskerktholen.nl