Kor Grit

De gevolgen van het coronavirus: een onzekere terugkeer

Blog 2                                                                                                                                 zaterdag 28 maart 2020

Er is geen ontkomen aan, vrijwel alles gaat momenteel over het coronavirus, zo ook deze blog. Terwijl sommigen het enkele weken geleden nog als onschuldige griep zagen wordt het nu een regelrechte crisis genoemd. De ontwrichtende kracht van de pandemie is ook voor Saskia en mij realiteit geworden, afgelopen week moesten we namelijk Indonesië verlaten om tijdelijk terug te keren naar Nederland.

De onzekerheid van het bestaan in Indonesië

De onvoorspelbaarheid van de natuur is vele Indonesiërs niet vreemd. Terwijl ik twee generaties terug moet voor ervaringen van de meedogenloosheid van de natuur in Nederland, kent Indonesië in de laatste twee decennia al diverse natuurrampen met honderdduizenden slachtoffers tot gevolg. Dit is niet slechts een kwestie van schaal, een gevolg van de grootte van het land. Sinds onze aankomst in Yogyakarta eind januari zijn er diverse overstromingen geweest in Jakarta en West Java, is de Merapi vulkaan twee keer tot uitbarsting gekomen, hebben we een kleine aardbeving gehad en heeft de stroming in de rivieren en de zee ten zuiden van Yogyakarta meerdere mensenlevens gekost. Het leven in Indonesië is misschien over het algemeen meer bepaald door toevalligheid dan in Nederland en de onzekerheid van het bestaan lijkt door veel mensen te zijn geïnternaliseerd.

Misschien is dat mede waarom er in Indonesië meer ontspannen op het coronavirus geageerd wordt dan in Nederland. Ook in Indonesië zijn de scholen en universiteiten gesloten, de UKDW, waar ik werk, al sinds midden maart. Bovendien is het uitzonderlijk rustig op staat in Yogyakarta. Toch gaat een groot deel van het publieke leven gewoon door. Markten, restaurants en de vele koffietentjes zijn nog gewoon open. Natuurlijk kunnen vele arbeiders, vooral in de informele sector, zich helemaal niet permitteren om niet naar hun werk te gaan, maar ook veel niet-economische activiteiten zijn niet afgelast.

Het zekere voor het onzekere

Des te groter was onze verbazing toen Saskia en ik vorige week maandag lazen dat de Nederlandse ambassade in Jakarta alle reizigers adviseert terug te keren naar Nederland. In eerste instantie dachten we dat dit geen betrekking op ons had maar vooral van toepassing was op toeristen. Twee dagen later zette de ambassade deze boodschap echter kracht bij met de oproep tot terugkeer aan alle Nederlandse permanente bewoners in Indonesië. Na zorgvuldige afweging van Kerk in Actie met de UKDW en met Saskia en mij is daarom besloten de oproep van de ambassade te volgen en ons tijdelijk terug te laten keren naar Nederland. Enkele dagen later maakten we een wandeling door het park Taman Kearifan bij ons in de buurt toen we een telefoontje kregen met de vraag of we zaterdag al konden vertrekken. Na een paar hectische dagen kwamen we met de nodige tegenzin zondagochtend aan op Schiphol.
Saskia en ik hebben helaas de onzekerheid van het bestaan ons nog niet eigen kunnen maken, zoals vele Indonesiërs dat wel lijken te hebben. Deze tijdelijke periode van terugkeer, waarin veel onduidelijk en vrijwel alles veranderlijk is zal dus niet makkelijk worden. We proberen zoveel mogelijk het leven en de ontwikkelingen in Indonesië te volgen. Gelukkig kunnen we online taallessen blijven volgen, contact onderhouden met vrienden en collega’s en kan ik waar mogelijk zelfs de online colleges van de UKDW volgen.
Ondertussen is in Indonesië het coronavirus nu wel erkend als de ramp die het is, vooral in Jakarta, maar het is nog erg onzeker of het Indonesische gezondheidsstelsel de zorgvraag van potentieel miljoenen Indonesiërs aankan. Ik hoor de afgelopen weken regelmatig van Indonesische collega’s en vrienden over mensen die ziek worden of zelfs komen te overlijden, maar die niet getest worden op het coronavirus. Het is dus nog maar de vraag of ooit inzichtelijk zal worden hoeveel slachtoffers het virus zal maken in het land.

Kor Grit     Theologiedocent in Indonesië

Naar de bron van batik

Blog 1                  vrijdag 21 februari 2020
Sinds drie weken mogen Saskia en ik Yogyakarta onze woonplaats noemen. Het is natuurlijk een hectische periode met veel gewenning, maar tegelijkertijd ook met veel verwondering en mooie nieuwe ervaringen. Bovendien is het verband tussen Nederland en Indonesië nooit ver te zoeken. Zo merkte ik ook tijdens een bezoek aan pendeta Aris, een predikant en bekende batik schilder in Yogyakarta.

Uitzenddienst

De zondag voor ons vertrek naar Indonesië kregen waren we nog verwelkomd in de Ichthuskerk in Tholen voor een uitzenddienst. Tijdens de dienst werd ondermeer stilgestaan bij de gastvrijheid van de universiteit en kerken in Indonesië voor ons als gasten uit Nederland. Verder werd de schoonheid van de diversiteit aan kerken en gelovigen benadrukt. De perspectieven en ervaringen van Indonesiërs kunnen een verrijking voor ons eigen geloof en spiritualiteit betekenen. Dat wordt goed geïllustreerd in de batik van pendeta Aris. Door middel van deze typisch Indonesische kunstvorm geeft hij heel concreet en beeldend uiting aan het christendom in Indonesische en Javaanse context. Zijn batik van het verhaal over de wonderbare spijziging werd door Kerk in Actie aan de Ichthuskerk aangeboden.

Interreligieuze batik

Enkele weken na deze uitzenddienst had ik het geluk dat ik diezelfde pendeta Aris kon bezoeken. In zijn atelier in Yogyakarta hadden we een gesprek over Indonesische cultuur en hoe deze vorm krijgt in Indonesische kerken. Verder vertelde pendeta Aris dat veel van zijn batik gemaakt wordt door moslims en christenen gezamenlijk. Hij ziet de kunst als een middel om christenen en moslims uit de omgeving met elkaar in contact te brengen en ervoor te zorgen dat ze goed met elkaar overweg kunnen. Door de batik raken christenen en moslims in gesprek over religie, spiritualiteit en hun gezamenlijke Javaanse cultuur.

Al met al zijn de eerste weken in Yogyakarta dus een prachtige introductie geweest in Indonesische cultuur en in interreligieuze relaties in het land. De komende jaren hoop ik over precies deze onderwerpen steeds meer te leren.