Project Indonesië

#PapuanLivesMatter

De beelden van de dood van George Floyd, als gevolg van gewelddadig racistisch optreden van de politie in Minneapolis op 25 mei dit jaar, gingen de wereld over en brachten een golf van verontwaardiging en protesten op gang. Niet alleen in de VS, maar ook in Europa en in Nederland. #Blacklivesmatter werd een slogan die door iedereen herkend wordt.

In Indonesië werd deze anti-racisme leus omgevormd tot #PapuanLivesMatter. Want ook in Papua weten ze wel wat het is om racistisch bejegend te worden. Maar het is nieuw dat grote groepen jonge Indonesiërs zich hierbij aansluiten; opeens krijgen ze door: wij hebben ook zo’n probleem in ons eigen land. Een directe aanleiding was de rechtszaak tegen 7 Papoea’s die voor een rechtbank in Balikpapan (op Kalimantan/Borneo, drieduizend km van Jayapura in Papua) werden beschuldigd van hoogverraad. Dit vanwege de rol die zij hebben gespeeld bij de demonstraties tegen racisme, vorig jaar augustus- september.

Die demonstraties vorig jaar vonden in Papua plaats, na racistisch optreden door de politie tegen Papua-studenten in Surabaya. Net als in de VS nu, kwam er geen einde aan de verontwaardiging, omdat dit niet de eerste keer was dat Papoea’s racistisch werden bejegend. Het komt voor in het dagelijks leven, maar vooral ook in het optreden van de politie in Papua. Ook Papoea’s vinden de dood als gevolg van gewelddadig politieoptreden, en er wordt nooit iemand voor bestraft of ontslagen. Vanwege de heftigheid van de demonstraties en tegendemonstraties, waarbij overheidsgebouwen in brand werden gestoken en waarbij doden vielen, was Papua even wereldwijd in het nieuws. Maar nadat het oog van de wereld zich weer op andere zaken richtte, zaten er nog meer dan 100 demonstranten vast. Waarvan de 7 die terechtstonden in Balikpapan. Er werden straffen van 5 tot 17 jaar tegen hen geëist. Naast de #PapuanLivesMatter demonstraties waren er verklaringen en oproepen van religieuze leiders in Papua, waaronder onze zusterkerk de GKI Papua; van een collectief van katholieke priesters in Papua; van de Indonesische Raad van Kerken (PGI) en van vele Indonesische en internationale mensenrechtenorganisaties. Misschien durfde de rechtbank in Balikpapan onder deze druk een veroordeling voor hoogverraad niet aan; misschien zagen ze in dat het hier om protesten tegen racisme en niet om hoogverraad ging. De zeven demonstranten werden op 17 juni veroordeeld tot gevangenisstraffen van 11 en 10 maanden. In de eerste week van juli komen de eersten vrij, en een paar weken later volgt de tweede groep. De opluchting is groot. Maar tegelijk is men zich ervan bewust dat er nog zo’n 40 demonstranten vastzitten, in afwachting van een tenlastelegging en een rechtszaak. En dat de discussie over discriminatie en etnisch profileren door de politie in Indonesië nog in de beginfase is.

Onze partnerkerk GKI Papua heeft bijgedragen aan de kosten voor de advocaten van de zeven Papua demonstranten. De leiding van de kerk dankt haar partners voor hun betrokkenheid bij deze zaak in de strijd tegen racisme in Papua.
Mirjam Boswijk, 29/06/2020

Na Black Lives Matter heeft Indonesië nu #PapuanLivesMatter

Discriminatie Zeven Papoea’s die vorig jaar demonstreerden tegen discriminatie zijn woensdag veroordeeld voor landverraad. Door de wereldwijde beweging tegen racisme is er opeens meer aandacht voor hun lot. NRC Annemarie Kas 17 juni 2020

page1image16784912page1image16777632

Videoweergave van de uitspraak woensdag bij de rechtbank in Balikpapan.Reuters

Door een megafoon roept één activist een paar woorden van de zin. Steeds herhaalt een grote groep Indonesiërs hem. Ze zitten geknield. „Wij bieden onze verontschuldigingen aan… aan de Papoea’s… voor de onderdrukking… door ons land.” De afgelopen dagen gingen Papoea’s samen met Indonesiërs uit de rest van het land de straat op om aandacht te vragen voor zeven Papoea-activisten die al sinds zomer vorig jaar vast zitten. Die mengeling maakt het bijzonder: meestal zet alleen

page1image31595072

een vaste club van activisten, advocaten en Papoea’s zich in voor het lot van de Papoea’s. Maar de Black Lives Matter-beweging uit de Verenigde Staten heeft navolging gekregen in Indonesië: #PapuanLivesMatter. Door die hashtag kreeg woensdag de uitspraak in de zaak van de zeven activisten veel extra aandacht. Tegen hen was vijf tot zelfs zeventien jaar celstraf geëist wegens landverraad. In augustus vorig jaar waren demonstraties tegen racisme uitgelopen op rellen in Papoea, in het uiterste oosten van Indonesië. Tientallen Papoea’s werden gearresteerd. Deze zeven zouden achter de organisatie van de demonstraties zitten.

Celstraffen onder een jaar

De zeven kregen allemaal veel minder celstraf opgelegd dan tegen hen was geëist: hun straffen kwamen allemaal onder een jaar uit. Maar ze hadden nog geen nacht in de cel mogen doorbrengen, reageerde Andreas Harsono, onderzoeker bij mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, in een verklaring op de uitspraken: „Ze protesteerden tegen racisme, maar werden veroordeeld voor landverraad.” De zeven waren overgebracht van Jayapura, de provinciehoofdstad van Papoea, naar een gevangenis duizenden kilometer verderop in Balikpapan, Kalimantan. Dat zijn koloniale praktijken, zegt mensenrechtenadvocaat Veronica Koman. „Zo verbanden de Nederlanders ook mensen die hun niet bevielen. Weg van vrienden, familie en gemeenschap. Het is dehumaniserend.” De Indonesische Koman is in haar eigen land ongewenst verklaard wegens haar berichtgeving op sociale media over misstanden tegen Papoea’s. Ze woont in Australië.
Veel mensen spreken nu hun sympathie uit. Dat is nieuw en hartverwarmend Zo veel binnenlandse steun als deze zeven nu met #PapuanLivesMatter krijgen, zo groot was de steun vorig jaar zomer tijdens de onrust in Papoea bij lange na niet, vertelt Koman. „Veel mensen van buiten het gewone kringetje spreken nu hun sympathie uit. Dat is nieuw en het is hartverwarmend.” De kwestie vorig jaar draaide om racistische bejegeningen van Papoea’s. Een groep studenten was uitgescholden voor honden, varkens en apen. De politie zou hen ook hebben geïntimideerd.
Voor veel Papoea’s valt de strijd tegen racisme samen met hun verlangen om onafhankelijk van Indonesië te worden. Eind jaren zestig nam Indonesië de

page2image31552640 page2image31552832

zeggenschap over Papoea over, na een referendum dat volgens velen een farce was. De activisten willen een nieuw referendum over onafhankelijkheid. Maar de beweging rond #PapuanLivesMatter gaat vooral over de manier waarop Papoea’s consequent racistisch bejegend worden door politie, leger en andere instituties.Obby Kogoya

Het voorbeeld van Papoea Obby Kogoya gaat online weer veel rond. In 2016 zou een politieagent op zijn hoofd hebben gestapt voor zijn arrestatie – bijna zoals bij George Floyd in de Verenigde Staten. Het is niet zo dat Indonesiërs hiervóór geen hart hadden, zegt Veronica Koman, maar ze weten volgens haar vaak weinig van de kwestie af: „De komst van smartphones heeft Papoea’s erg geholpen. De afgelopen jaren konden ze steeds beter laten zien hoe zij behandeld worden, met filmpjes en foto’s. Op sociale media is er geen ontkomen meer aan. Nu met Black Lives Matter viel ineens het kwartje: wacht even, wij hebben zo’n probleem ook in ons eigen land.” Mogelijk heeft de grote druk vanuit binnen- en buitenland om de zeven activisten vrij te laten bijgedragen aan de relatief lage straffen die ze woensdag kregen opgelegd. Maar naast hen zitten nog tientallen anderen Papoea’s vast die ook vorig jaar gearresteerd werden. En ook al vielen deze straffen mee, ze laten nog steeds zien dat het Indonesische rechtssysteem racistisch handelt, schrijft Veronica Koman na de uitspraken op Twitter: „Wat er ook gebeurt, West-Papoea’s móéten schuldig bevonden worden door Indonesische rechtbanken.”

‘Kami minta maaf”: ‘Wij bieden onze verontschuldigingen aan…’ Dat was tot onze vreugde kortgeleden te horen bij een antiracisme-demonstratie in Jakarta. ‘Wij bieden onze verontschuldigingen aan, aan de Papoea’s, voor de onderdrukking door ons land.’

Friesch Dagblad Hindrik van der Meer 01 juli 2020
Het waren Indonesische jongeren die die zinnen berouwvol scandeerden. ‘Kami minta maaf’ klonk er. Zo brachten zij het onrecht ter sprake dat de Papoea’s werd en wórdt aangedaan. Papoea’s die in Jakarta studeren worden daar vaak en ongestraft

page3image31513344 page3image31513536

voor apen uitgemaakt, onder het motto: ‘Hoe verder van Jakarta, hoe meer aap je bent.’ Papoea’s worden neergezet als dom, lui, onderontwikkeld, verslaafd aan drugs en sterke drank. Kortom: primitief en minderwaardig. Wie weet heeft van de schendingen van mensenrechten in het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea zal beseffen dat deze daad van Indonesische studenten uniek en moedig was.

page4image17261920

Ook bij de antiracisme-demonstratie, dichter bij huis, in Leeuwarden werd aandacht gevraagd voor de situatie in Papua. Talia Ruijg uit Heerenveen gaf met een aantal medestanders een signaal af. Met de verboden vlag van Papua duidelijk zichtbaar protesteerde zij tegen het openlijke racisme dat de Papoea’s hebben te verduren. Ook pleitte ze voor bewustwording van de Nederlandse medeverantwoordelijkheid voor de situatie die daar is gegroeid.

Laf

Toen in 1949 Nederlands-Indië veranderde in Indonesië, probeerde Nederland de Papoea’s nog naar een eigen zelfstandige toekomst te leiden. Maar het was te laat. De hoop daarop leeft echter nog steeds. Na de overdracht van Papua aan Indonesië in

1962 trok Nederland de handen er van af. Door het Young Papua Collective (YPC) wordt de houding van Nederland als laf gekwalificeerd. In het Friesch
Dagblad wordt terecht al jaren aandacht geschonken aan de situatie van de Papoea’s in de voormalige Nederlandse kolonie. Veel Friezen werkten daar immers in zending en missie, soms haast hun hele leven.

Boekje kerken

In Papua ontstond de GKI, de Geredja Kristen Indjil, de Evangelisch Christelijke Kerk. Vanuit het oecumenisch forum van dit kerkverband verscheen onlangs het boekje Om de menselijke waardigheid in Papua. Naast de geschiedenis van de kerk daar wordt de huidige situatie in het land beschreven. De feiten van de gewelddadige Indonesische onderdrukking worden op een rij gezet. Hoewel het koloniale tijdperk voorbij is, lijkt Indonesië nu op haar beurt veel op de kolonisator. Het heeft lang geduurd voor Nederland ‘Minta maaf’ kon zeggen voor de zwarte bladzijden in de koloniale tijd in Nederlands-Indië. Zou dat nu niet een handvat kunnen zijn om Indonesië te bewegen oog te hebben voor de gerechtvaardigde wensen van de Papoea’s? Getuige het rapport van de kerken in Papua, willen zij gezamenlijk wegen vinden om weerstand te bieden aan wat Papua overkomt. Ze hebben daarbij ook hun hoop gevestigd op de Indonesische zusterkerken. Papua moet ‘een land van vrede’ zijn, dat is waar de kerken op hoopten. Papua is echter een wingewest geworden en de rechten van de inheemse bevolking worden miskend.

Papua moet ‘een land van vrede’ zijn, dat is waar de kerken op hoopten

Door een transmigratieprogramma van de Indonesische regering werden en worden er zoveel inwoners van het overbevolkte Java naar Papua overgebracht, dat de oorspronkelijke bewoners in hun eigen land in de minderheid zijn! Voor de nieuwe inwoners worden door het leger in het woongebied van de inheemse bevolking uitgestrekte rijstvelden aangelegd. Aan buitenlandse bedrijven wordt toestemming gegeven koper en goud te winnen. De Indonesische overheid legt havens en wegen aan, dwars door woongebieden van de Papoea’s, en de ongerepte indrukwekkende natuur. Grote stukken oerwoud worden gekapt voor de aanleg van palmolieplantages. De Papoea’s profiteren er als de oorspronkelijke bewoners

nauwelijks van. Protesteren tegen deze grootschalige economische projecten komt hen duur te staan. Als ze protesteren worden ze beschouwd als terroristen. Bij demonstraties en protestacties worden velen gearresteerd, activisten worden bedreigd en vermoord. Door de Indonesische militairen wordt hard en meedogenloos tegen hen opgetreden. Velen zijn vanwege het geweld gevlucht en verschuilen zich in de oerwouden. Vrouwen en kinderen sterven daar door voedselgebrek en ziektes.

De kerkelijke leiders maken zich tot stem van de inheemse bevolking. De Papoese kerken zien helaas de situatie van de Papoea’s op dit moment als uitzichtloos. Ze omschrijven het als volgt: ‘Dit land is identiek met rouw, dood en boosheid, zowel persoonlijk als collectief. Daardoor hebben we geen hoop meer, geen richting, geen perspectief. De migranten worden bevoordeeld en de Papoea’s worden gedwongen zich te assimileren. Over tien jaar zal het over zijn’.

Apartheid

De vraag rijst dan ook of het hen net zo zal vergaan als eertijds de Indianen in Noord- Amerika, de Maori’s in Nieuw-Zeeland en de Aboriginals in Australië . In het boekje wordt de situatie van Papua vergeleken met de strijd tegen de apartheid in Zuid- Afrika. Tegelijk met een luid protest wordt op basis van Bijbelse motieven een oproep gedaan om met alle betrokken partijen te komen tot een vreedzaam overleg, onder het motto‘ Papua, land van Vrede’. Ook wordt een appel gedaan op de Wereldraad van Kerken om mee te werken aan het tot stand brengen van een eerlijke en vruchtbare dialoog. De studenten in Jakarta boden als kleine voorhoede hun excuses aan. ‘Wij’ bieden onze verontschuldigingen aan, riepen ze. In het Indonesisch bestaan twee woorden voor ‘wij’: kamien kita. Zij gebruikten dus ‘kami’. ‘Kami’ slaat alleen op die aanwezige groep. Bij kita denk je aan een volledig wij, aan alle wereldburgers, aan iedereen. Laten wij hopen dat alle acties voor de gelijkwaardigheid van mensen ooit gesteund zullen worden door dat kita! ‘Kita minta maaf!’‘

Om de menselijke waardigheid in Papua’ is een uitgave van het Oecumenisch Forum van Kerken in Papua, onder redactie van ds. Benny Giay. Uit het Indonesisch vertaald door ds. H.J. van der Steeg, voormalig zendingspredikant in Papua. Het is te bestellen via: steegvenema@kpnplanet.nl (5 euro plus verzendkosten)Hindrik van der Meer (81) werkte van 1961-1962 samen met zijn vrouw Beitske als onderwijzer in Papua, in het dorpje Seroei op het eiland Japen. Tegenwoordig woont hij op Fûns bij Jorwert

dinsdag, 26 mei

Onlangs verscheen het boekje Om de menselijke waardigheid in Papua. Deze publicatie betreft een vertaling vanuit het Indonesisch en bevat de tekst van herderlijke brieven die in de jaren 2012-2018 door kerken op Papua werden uitgegeven. In deze brieven geven de kerken stem aan wie geen stem hebben. Dr. Benny Giay, in Nederlandse zendingskringen geen onbekende, is één van de ondertekenaars van
de brieven.

De herderlijke schrijvens zwijgen niet over alles wat er in Papua gebeurt: militair geweld, racisme en discriminatie en het lijden van de Papua’s. Problemen worden benoemd en aangeklaagd. De brieven kunnen als een gedurige oproep tot dialoog worden verstaan en als oproep tot bemiddeling door een derde partij. Tegelijkertijd vormen de brieven een oproep tot een nieuwe spiritualiteit waarin de Papua’s hun lijden verbinden aan het lijden van Christus. Een deel van de in het boekje opgenomen documenten werd in februari 2019 aangeboden aan de Wereldraad van Kerken, die toen een pastoraal bezoek brachten aan kerken in Papua. De Nederlandse uitgave is tot stand gekomen als publicatie van de Werkgroep Papua Solidariteit.

Henk van der Steeg, oud-zendingswerker in Papua en lid van de Papua-werkgroep, schrijft: ‘In het boekje krijgen de slachtoffers een gezicht: namen van slachtoffers worden genoemd, kinderen soms nog, een jongen die net is overgegaan naar de tweede klas van de middelbare school. De schrijvers zijn predikanten van het Oecumenisch Forum van Kerken in Papua. Zij vertellen de verhalen over wat er gebeurt. Wie anders doet het? Journalisten van buiten Indonesië krijgen geen toestemming om het gebied te bezoeken, het leger en de Indonesische media verdraaien de feiten, de universiteit loopt aan de leiband van de regering. In Indonesië staat Papua er alleen voor.’

Exemplaren van de uitgave zijn voor € 5,- per stuk te verkrijgen bij H. van der Steeg: steegvenema@kpnplanet.nl.

 
 
page1image34325520

Beste leden van de ZWO- commissies en diaconieën in ons mooie Zeeland.

Wat een bijzondere tijd de laatste 3 maanden, en nog steeds is niet alles zoals we altijd gewend waren. Geen kerkdiensten, geen collecten, geen reeds geplande acties. Begrijpelijk dat dus nu ook op dit moment de bijdragen voor ons Project “Delta voor Indonesië” achterblijven. Van het totaal toegezegde bedrag voor geheel Zeeland was slechts 5% binnen, aan het begin (eind maart) van de corona crisis.

We hopen dat u op alternatieve manieren, nu we geen rommelmarkten, collecten enz. hebben kunnen houden, toch bepaalde acties opzet. Wij vragen u ook om het geld dat inmiddels voor het project is ontvangen z.s.m. over te maken naar 1 van onderstaande projectnummers.

Mocht het u niet gelukt zijn om alternatieven manieren gevonden te hebben, misschien is het dan mogelijk om i.o.m. uw kerkenraad een extra collecte te gaan houden in de komende periode, nu in vele gemeenten de kerkdiensten weer gaan starten. Mocht u nog ideeën nodig hebben voor een alternatieve manier van fondswerving neem gerust contact met ons op.

In de bijlage een alternatieve manier van acties, wilt u de poster van de boekverkoop s.v.p. uitprinten en in uw kerkgebouw ophangen t/m 20 augustus? De 2e bijlage is een soepactie de eerste 10 liter tomatensoep van de 60 liter die verkocht is.

Ook willen we hierbij alvast melding maken van de data van de regionale ZWO-avonden, die in november zullen worden gehouden. Hou s.v.p. hiermee alvast rekening bij de planning: Bevelanden op 2 nov., Schouwen-Duiveland-Tholen op 3 nov., Zeeuws-Vlaanderen op 12 nov., Walcheren op 16 nov. Een uitgebreidere uitnodiging volgt in september a.s.

Met een vriendelijke groet, namens de Zeeuwse ZWO Commissie, Petra van den Berge, penningmeester ZWO-Zeeland, tel. 06-13167690 Ds. Flip Beukenhorst, voorzitter ZWO-Zeeland, tel. 0118-586648

page2image34235536

Projecten ‘Delta voor Indonesië’ van 2020 t/m 2022

De opbrengsten van collecten, acties enz. kunnen gestort worden op het volgende banknummer met vermelding van het projectnummer

Voor alle drie de projecten te samen: Delta voor Indonesië
NL89ABNA 0457 457 457 t.n.v. Kerk in Actie te Utrecht o.v.v. projectnr: K 01004

Voor : Meer voedsel en inkomen door duurzame landbouw op Java
NL89ABNA 0457 457 457 t.n.v. Kerk in Actie te Utrecht o.v.v. projectnr: W 017891

Voor : opvang van straatkinderen op Java
NL89ABNA 0457 457 457 t.n.v. Kerk in Actie te Utrecht o.v.v. projectnr: K 017881

VOOR: sterke vrouwen opleiden op Papoea
NL89ABNA 0457 457 457 t.n.v. Kerk in Actie te Utrecht o.v.v. projectnr: Z 009401

Met vr groet Petra v d Berge Penningmeester ZWO-Zeeland 0613167690

 

Langzaam start alles weer op in Indonesië

donderdag 25 juni 2020
Sinds enkele weken komt het maatschappelijk leven in Indonesië weer een beetje op gang. Veel mensen kunnen weer aan het werk, maar er zijn nog wel regels en beperkingen zoals het dragen van mondkapjes en het bewaren van afstand. De vraag is nog wel of deze ontwikkelingen voortkomen uit een daling van het aantal corona besmettingen of uit economische noodzaak. Volgens de officiële statistieken is er namelijk geen daling maar eerder een stijging.  Er lijkt nog steeds veel onduidelijk over de daadwerkelijke verspreiding van het virus in Indonesië. Volgens officiële statistieken zijn er op 25 juni in Indonesië 50.187 mensen positief getest op COVID-19 en daarvan zijn er 2.620 overleden. Maar lang niet iedereen wordt getest.

Bij de partners worden dingen ook langzaam weer opgestart. Zo is Dreamhouse voorbereidingen aan het treffen om de activiteiten met kinderen weer op te starten. De scholen en universiteiten geven nog steeds alleen online onderwijs en dat zal ook nog wel even zo blijven.
Online
Een aantal boeren in Trukajaya hebben ook hun werk weer op kunnen pakken. Ze hebben weer een aantal geiten kunnen kopen en worden begeleid bij de verzorging van het vee. Maar in Gilanghario ligt alles nog stil. Er zijn een aantal mensen besmet met corona, waaronder het dorpshoofd. Daarom heeft het dorpsbestuur besloten alle vergaderingen en activiteiten stil te leggen. Omdat er nog zoveel online gebeurd, zijn er ook een aantal video’s en brochure gemaakt om mensen wel te kunnen blijven ondersteunen. Zo is er nu een instructievideo over biologische landbouw en het telen van gewassen. Ook de kerk organiseert nog steeds online diensten, want samen komen en vieren is nog steeds niet mogelijk.
Vreugde en verdriet
In Papua zijn er 1.563 mensen positief getest, waarvan er 19 zijn overleden. Een HIV/Aids kliniek waar P3W nauw mee samenwerkt is ook begonnen met testen, zodat er meer mensen getest kunnen worden. P3W functioneert verder op halve kracht en houd met iedereen contact via de telefoon en whatsapp. Tegelijk gaan ‘gewone’ gebeurtenissen van vreugde en verdriet ook gewoon door in de hechte gemeenschap waarin P3W werkt. Zo is twee weken geleden een oude mevrouw overleden die ¾ van haar leven verbonden was aan P3W. Niet aan corona, maar gewoon van ouderdom. Ze was ‘s morgens nog met een kleinzoon naar de markt geweest, ging ‘s middags op bed liggen om uit te rusten en werd niet meer wakker. Met inachtneming van de coronaregels hebben de familie en P3W en de kerk haar een waardige afscheidsdienst gegeven. De tweede oude dame, ibu Thina, werd deze week 80. Voor haar heeft P3W, ook met de nodige beschermingsmaatregelen, een verjaardagsfeestje georganiseerd. Beide dames staan op de foto in dit bericht. Links Ibu Thina die 80 is geworden. Goed om te ontdekken hoe ‘gewone’ vreugde en verdriet ook een plek kunnen hebben in deze tijd.

 

 

 

Meer voedsel door duurzame landbouw en beter samenwerken – Java (WD)

Trukajaya is sinds 1966 de diaconale organisatie van de Javaanse Kerk (GKJ). De organisatie heeft veel kennis over duurzame landbouw. Trukajaya wil het inkomen van de boeren, boerinnen en landarbeiders in deze twee dorpen verbeteren door minder gebruik van chemicaliën en een betere prijs voor hun producten. De organisatie traint boeren en boerinnen, laat hen werken op demonstratie velden, zet extra koeien in en biogasinstallaties. Men helpt deze boeren om een coöperatie op te zetten, waardoor ze minder afhankelijk zijn van tussenhandelaren en een hogere prijs voor hun producten krijgen. Ook kunnen ze betere landbouwmaterialen gaan gebruiken. Javaanse kerken stimuleren gemeenteleden om duurzame landbouwproducten uit hun eigen omgeving te komen.

 

 

Opvang voor straatkinderen – Java (KK)
In Yogyakarta leven veel kinderen op straat. Zij worden aan hun lot overgelaten en moeten zichzelf zien te redden. De organisatie Dreamhouse kijkt naar hen om. Ze zoeken de kinderen op straat op. In het begin kunnen de straatkinderen terecht bij de noodopvang en overgangscentra. Kinderen die de straat definitief willen verlaten kunnen in een opvanghuis terecht. Ze gaan naar een plaatselijke school. Vrijwilligers helpen hen bij hun studie. Dreamhouse wil niet alleen opvang bieden voor straatkinderen, maar ook structureler aan preventie werken: voorkomen dat kinderen op straat belanden. Ze willen zorgen dat kinderrechten beter nageleefd worden.

 

 

Sterke vrouwen opleiden – Papoea (Z)
Het vormingscentrum P3W leidt vrouwen op, zodat ze vol zelfvertrouwen kunnen bouwen aan de kerk en de samenleving. Het grootste centrum van P3W staat in Padang Bulan, vlakbij Jayapura. Hier kunnen vrouwen bijvoorbeeld terecht voor een cursus diaconaal werk van negen maanden. Wie niet (voldoende) kan lezen of schrijven, krijgt vooraf een alfabetiseringscursus van drie maanden. Vrijwel alle vrouwen die cursussen van de P3W hebben gevolgd, vervullen een voortrekkersrol in het dorp waar ze vandaan komen. Ze hebben meer kennis gekregen over de wereld buiten hun dorp. Zij richten vrouwenverenigingen op, leiden alfabetiseringscursussen en geven betrouwbare informatie over ziekten zoals aids. Ze zijn ook in staat om vrouwen te helpen die lijden onder geweld in hun gezinnen.

 

 

Ver weg, dichtbij

vrijdag 22 mei 2020
Coronatijd. Op heel veel verschillende manieren ervaren we nabijheid en afstand. Op maandag 11 mei ervoeren we dat op een bijzondere manier tijdens een Online Ontmoeting van Delta voor Indonesië. Hoewel we op afstand zaten, ieder in zijn eigen woning, was er nabijheid rondom de zorgen en hoop voor Indonesië. Door de gedeelde ervaring van onzekerheid door het virus is Indonesië dichterbij dan ooit.

De zorgen en hoop voor het eilandrijke land kwamen dichtbij door de aanwezigheid van Kor Grit. Kor is sinds januari 2020 uitgezonden medewerker naar Indonesië. De coronacrisis bracht hem terug in Nederland. Samen met de woorden van twee relatiebeheerders werd het beeld geschetst van een land waar het virus met haar gevolgen heel verdeeld worden ervaren. Het gaat van onwetendheid tot paniek, van zorgeloosheid tot nood.
Lokale verschillen
De maatregelen om de verspreiding van het virus in Indonesië tegen te gaan worden voornamelijk lokaal bepaald. Dit zorgt ervoor dat regels per regio kunnen verschillen. Zeker voor inwoners die voor het inkomen afhankelijk zijn van de straat, zijn de gevolgen groot. Met haast geen sociale vangnetten zoals Nederland rijk is, raken nieuwe regels veel inwoners direct.
De verschillende projecten die gesteund worden door de Delta voelen elk op hun eigen manier de impact van het virus en de ingrepen van de overheid. Zo kiest Dreamhouse ervoor om kinderen op straat op te zoeken en voorlichting te geven over hygiëne. Vormingscentrum P3W mag de vrouwen niet meer bezoeken in de afgelegen dorpen waar ze vandaan komen. Het contact wordt nu via sms en bellen onderhouden. De creativiteit en inzet is bewonderenswaardig!
Acties
Vanuit de situatie in Indonesië, ver weg, ging het laatste gedeelte van de Online Ontmoeting over dichtbij, de eilandrijke Delta. De deelnemers, waaronder een groot gedeelte van de centrale Zeeuwse ZWO, wisselde initiatieven uit van acties die de betrokkenheid bij de projecten in Indonesië levend houden. Van soepactie tot brieven, kaartenverkoop tot spaardoosjes: Delta is ook in coronatijd dichtbij voor ‘ver weg’ Indonesië!

 

Mamit liep groot gevaar op straat

20 mei 2020
Hij liep elke dag uren over straat om groente en fruit te verkopen. Meneer Mamit is 73, heeft een longaandoening en is erg zwak. Hij woont alleen in een vervallen appartement, in een buitenwijk van Jakarta. Zijn kinderen geven niet om hem, daarom moet hij groenten blijven verkopen. Daarmee kan hij de huur en enkele andere basisbenodigdheden betalen.

Gevaar

Gelukkig heeft hij van een gul persoon een stuk land te leen gekregen. Hierop kan hij onder andere bananen, papaja’s en zoete aardappelen verbouwen, die hij op straat verkoopt. Een vrouw die vaak wat bij hem koopt, merkte dat hij bleef doorgaan met de verkoop. Ook terwijl het coronavirus in Jakarta veel mensen had besmet. Ze klopte aan bij een partnerorganisatie van Kerk in Actie om hen de situatie voor te leggen. Samen zijn ze naar Mamit gegaan om de situatie te bespreken. “Ik had geen idee hoe gevaarlijk het coronavirus voor mij is en ik heb het geld nodig om te kunnen overleven. En hoeveel kans ik loop om besmet te raken op straat tijdens de verkoop als er zo’n besmettelijk virus aanwezig is.” Mamit had geen idee, maar ook geen keuze.
Hulp uit onbekende hoek
Na dit gesprek heeft hij financiële ondersteuning gekregen zodat hij niet meer de straat op hoeft om groenten en fruit te verkopen. En een hygiënepakket met onder andere een mondmasker en desinfecterende zeep De vrouw die vaak groenten bij hem kocht, doet nu elke week een aantal boodschappen voor hem. Zo hoeft Mamit de straat niet meer op en wordt hij hopelijk geen slachtoffer van het virus.

Daratolona overleeft het virus nu hopelijk wel

14 mei 2020
Mevrouw Daratolona is 70 jaar. Samen met haar man woont ze in een klein dorpje, tientallen kilometers van de stad Palu op Sulawesi. Om te kunnen overleven moet ze twee keer per week naar de stad, maar daar is de kans om besmet te raken enorm groot.

Haar man gaat elke dag in het bos op zoek naar producten om te verkopen, zoals rotan. Daratolana gaat elke woensdag en zaterdag naar de markt in Palu om dit te verkopen. Hiervoor moet ze eerst 5 kilometer lopen met de rotan op haar rug om daarna met het openbaar vervoer naar de markt te gaan. Zij kan twee bundels rotan per keer meenemen. Ze krijgt hierdoor bijna geen inkomsten, maar dit is alles wat ze kan doen om elke dag te overleven.

Onwetendheid

“Ik wist niet wat COVID-19 was. Ik ben nooit naar school geweest, dus ik weet erg weinig”, zegt ze verdrietig. Maar een van de hulpverleners heeft haar uitgelegd dat het een virus is en hoe gevaarlijk het kan zijn. Speciaal voor haar en haar man, omdat ze arm en oud zijn. Mevrouw Daratolona ontmoet altijd veel mensen onderweg en op de markt. Hierdoor zou ze snel besmet kunnen raken.

Levensbelang

“Gelukkig hebben ze mij geadviseerd om thuis te blijven en krijg ik financiële ondersteuning om rijst, vis en wat ander eten te kunnen kopen, zonder dat ik naar de markt hoef te gaan. Dat laatste is van levensbelang, omdat ik anders geen eten kan kopen…”
Op dit moment zijn er veel ouderen, net als mevrouw Daratolona, die op markten of als straatverkopers moeten blijven werken voor hun eten. Ze zijn nog steeds aan het overleven, na de tsunami in 2018. Ze zijn niet alleen arm, maar ook oud en kwetsbaar. Een risicogroep voor het virus, met de ergste gevolgen. Er wordt gekeken hoe deze groep zoveel mogelijk thuis kan blijven door financiële ondersteuning. En samen met voorlichting dit virus hopelijk kunnen overleven.

Ver weg, dichtbij
Coronatijd. Op heel veel verschillende manieren ervaren we nabijheid en afstand. Op
maandag 11 mei ervaarden we dat op een bijzondere manier tijdens een Online Ontmoeting
van Delta voor Indonesië. Hoewel we op afstand zaten, ieder in zijn eigen woning, was er
nabijheid rondom de zorgen en hoop voor Indonesië. Door de gedeelde ervaring van
onzekerheid door het virus is Indonesië dichterbij dan ooit.
De zorgen en hoop voor het eilandrijke land kwamen dichtbij door de aanwezigheid van Kor
Grit. Kor is sinds januari 2020 uitgezonden medewerker naar Indonesië. De coronacrisis
bracht hem terug in Nederland. Samen met de woorden van twee relatiebeheerders werd
het beeld geschetst van een land waar het virus met haar gevolgen heel verdeeld worden
ervaren. Het gaat van onwetendheid tot paniek, van zorgeloosheid tot nood.
De maatregelen om de verspreiding van het virus in Indonesië tegen te gaan worden
voornamelijk lokaal bepaald. Dit zorgt ervoor dat regels per regio kunnen verschillen. Zeker
voor inwoners die voor het inkomen afhankelijk zijn van de straat zijn de gevolgen groot. Met
haast geen sociale vangnetten zoals Nederland rijk is, raken nieuwe regels veel inwoners
direct.
De verschillende projecten die gesteund worden door de Delta voelen elk op hun eigen
manier de impact van het virus en de ingrepen van de overheid. Zo kiest ​Dreamhouse
ervoor om kinderen op straat op te zoeken en voorlichting te geven over hygiëne.
Vormingscentrum P3W ​mag de vrouwen niet meer bezoeken in de afgelegen dorpen waar
ze vandaan komen. Het contact wordt nu via sms en telefoon onderhouden. De creativiteit
en inzet is bewonderenswaardig!
Vanuit de situatie in Indonesië, ver weg, ging het laatste gedeelte van de Online Ontmoeting
over dichtbij, de eilandrijke Delta. De deelnemers, waaronder een groot gedeelte van de
centrale Zeeuwse ZWO, wisselde initiatieven uit van acties die de betrokkenheid bij de
projecten in Indonesië levend houden. Van soepactie tot brieven, kaartenverkoop tot
spaardoosjes: Delta is ook in coronatijd dichtbij voor ‘ver weg’ Indonesië!

Pagina voor Indonesië van corona-campagne:
https://www.kerkinactie.nl/actueel/2020/04/de-stille-coronaramp-in-indonesie

Wachten op God tot hij antwoord: ‘Hier ben ik’

vrijdag 8 mei 2020
Fintria Hermawati werkt in Indonesië als financieel medewerker bij Yabima.(Een organisatie die zich inzet voor de ontwikkeling van de agrarische sector). Wanneer ze in januari voor het eerst hoort van het coronavirus lijkt alles in Indonesië nog in orde te zijn en worden er gewoon plannen gemaakt voor het aankomende jaar. Maar dat pakte heel anders uit…

Wat heeft je geraakt?
“Wie had ooit gedacht dat het virus zich zo snel zou ontwikkelen en alle grenzen over zou steken? Ook in Indonesië bleven we eerst gespaard, maar we waren echt geschokt toen de president de eerste besmetting aankondigde op 2 maart. Eind maart drong de ernst van het virus pas echt goed door. We hoopten dat de pandemie snel zou eindigen en vroegen ons tegelijk af, kunnen we er zelfs iets tegen doen om dit virus tegen te gaan? Ik ben erg blij dat we met elkaar de schouders eronder zetten om het virus tegen te gaan!“

Welk bijbelverhaal heeft je hoop gegeven?
“Ik maak me grote zorgen. Ik hoor verhalen van vrienden uit Jakarta waar de meeste besmettingen zijn en tegelijk zie ik wat er om me heen gebeurd. Loopt dit uit in een economische crisis en erger nog, een voedselcrisis? Er is nu een run op persoonlijke beschermingsmiddelen, maar hoe lang duurt het nog voordat er een run is op voedsel? Tegelijk denk ik: maak je niet alleen maar zorgen, doe iets! Maar wat dan? Tijdens een online kerkdienst wordt ik geraakt door Jesaja 58: 1 – 12. Hierbij een gedeelte van de tekst:

5 Zou dat het vasten zijn dat ik verkies? Is dat een dag van onthouding: dat iemand het hoofd buigt als een riet en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof? Noemen jullie dat soms vasten, is dat een dag die de Heer behaagt? 6 Is dit niet het vasten dat ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken? 7 Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen? 8 Dan breekt je licht door als de dageraad, je zult voorspoedig herstellen. Je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de Heer vormt je achterhoede. 9 Dan geeft de Heer antwoord als je roept; als je om hulp schreeuwt, zegt hij: ’Hier ben ik.’

Daarna zag ik dat er zoveel mensen zoveel goede dingen aan het doen waren. Er werden extra voedingssupplementen aan boeren gegeven, omdat de simpele reden dat zij niet ziek moesten worden. Dan is er geen eten meer. Mensen zijn begonnen met het maken van mondkapjes of geven de taxichauffeurs online een steuntje in de rug. Geïnspireerd door al deze acties nam ik contact op met verschillende vrouwen uit mijn gemeente. Ik nodigde hen uit om samen mondkapjes te maken. Iedere vrouw droeg op haar eigen manier bij. Sommigen doneerden geld, anders schonken stof en weer anderen zetten de kapjes in elkaar. Door samen te delen konden we 500 mondkapjes maken! Ik hoop dat we altijd kunnen blijven delen. Niet zodat mensen trots op ons zijn, maar dat Gods ons ziet en hoort. En dat Hij antwoord: ‘Hier ben ik!’